03 december 2014

Interveniëren in moeilijke omstandigheden: de basisprincipes

Vorige week zondag werd ik heel blij van een reportage in Vrij Nederland: “Hoe 116.000 lasten 116.000 mensen werden.” In dit artikel beschrijft Rinke Verkerk hoe Kilian Tobias Kleinschmidt een onhoudbare situatie “omtovert” tot een leefbare. “Omtovert” tussen aanhalingstekens, omdat Kleinschmidt niets magisch doet, maar het effect van zijn handelen wel magisch lijkt.

“In het Syrische vluchtelingenkamp Al-Za’atari in Jordanië regeert de wetteloosheid. Syriërs bedreigen hulpverleners die het kamp niet meer in durven, waardoor de bewoners alle faciliteiten rustig kunnen slopen en stelen”, begint het artikel, “Tot Kilian Tobias Kleinschmidt wordt ingevlogen.”

Anderhalf jaar later is de situatie in Al-Za’atari volkomen veranderd: kinderen die eerst stenen gooiden, gaan naar school. De hulpverleners lopen zonder bescherming op straat, er zijn nieuwe winkelstraten en restaurants en de veerkracht en vechtlust van de Syriërs zijn productief gemaakt. Hoe heeft Kleinschmidt dit voor elkaar gekregen?

 

Wellicht zonder zich hiervan bewust te zijn, intervenieert de Duitser in drie stappen. Ten eerste observeert hij de situatie eerst rustig en constateert na tien dagen dat: (1) de Syriërs, die een hekel hebben aan de elite, de hulpverleners zien als de nieuwe elite, (2) dat zij de noodhulp zien als een slap aftreksel van “echte” hulp (wapens) en (3) dat de mafia de dienst uitmaakt in Al-Za’atari.

Vervolgens loopt Kleinschmidt een aantal nachten door het kamp om te achterhalen wie het voor het zeggen heeft. Hij vindt vijf Syrische leiders en na een tijdje zegt hij: “Ze beginnen te geloven dat ik aan hun kant sta.”

Vanaf dat moment krijgt hij invloed en begint de derde fase. Hij begint te onderhandelen met de Syrische leiders, richt een Innovation and Planning Agency op en nodigt organisaties als SunEdison en het Amsterdamse Waternet uit om het kamp van stroom en water te voorzien.

 

Wanneer Rinke Verkerk een jaar later terugkomt, schrijft ze: “Het klinkt zo utopisch dat het sceptisch maakt op de eerste dag in het kamp. Het is zoeken naar agressie, negativiteit. Maar vliegende stenen lijken werkelijk vervangen door duizenden blauwe schoolrugzakjes en roepende kinderen.”

 

In interventiekundige termen heeft Kleinschmidt de volgende stappen gezet:

  1. Enter: ervoor zorgen dat hij geaccepteerd wordt als gesprekspartner van zowel de hulpverleners als de Syrische vluchtelingen;
  2. Join: aansluiten bij hetgeen belangrijk is voor met name de Syrische leiders: “Ze geloven dat ik aan hun kant sta.”
  3. Lead: invloed uitoefenen, het verschil maken.

 

Wanneer hulpverleners de eerste twee stappen overslaan, zijn ze machteloos. Kleinschmidt begint opnieuw, met inachtneming van de “wetten” van interacties tussen hulpverlener en “klant”. Deze wetmatigheden zijn zo sterk dat ze zelfs in oorlogsomstandigheden geldigheid hebben. En dan worden 116.000 lastige slachtoffers 116.000 veerkrachtige mensen.

 

Wick van der Vaart.

Eén reactie

  1. Richard Heyne schreef:

    Dit verhaal toont, in mijn beleving aan,dat veerkracht (van de mensen) gecombineert met lef en mededogen (van de ‘hulpverlener’) voor prachtige resultaten kan zorgen als je in staat bent om waar te nemen. In de beschreven stappen voor een interventiekundige denk ik zelf dat het daarmee begint: Met waarnemen.
    Met observeren vanuit oprechte interesse maar zonder(waarde)oordeel. Dat is wat me raakt in het artikel. Dat is ook wat het zo moeilijk maakt (terwijl het zo simpel lijkt) omdat we geneigd zijn oordelend een situatie in te gaan gaan en de waarnemende stap over te slaan. Een hartverwarmend artikel over hoop in een verscheurd land.
    Richard.

Laat een reactie achter