Instituut Voor Interventiekunde

Wat is interveniëren? Een definitie.

Hoe wordt interveniëren gedefinieerd? Chris Argyris stond aan de basis van de kunst van het interveniëren. Zijn definitie staat in zijn boek Intervention Theory and Method. Een prachtig boek, waarin hij pioniert en waarin de eerste kaders van de kunst van interveniëren staan. Argyris schreef dit werk in de jaren 60 en het is nog steeds relevant.

 

De definitie

Interveniëren is binnenkomen in een levend systeem van relaties tussen personen en/of groepen met het doel om ze te helpen. In principe help je het systeem, zodat het (in de toekomst) zonder jou kan. Het is dan ook belangrijk om je als interventiekundige blijvend bezig te houden met het behouden of vergroten van de autonomie van het systeem. Een ander belangrijk aandachtspunt voor de interventiekundige is het hele systeem, ook al heb je slechts contact met enkele sleutelfiguren. Je doet de dingen die ervoor zorgen dat iedere betrokkene baat heeft bij je interventies, zodat iedereen de kans krijgt effectiever te worden of competenter.

 

De drie primaire taken van een interventiekundige

Er staan drie taken in je werk centraal. Door je hieraan te houden werk je effectief als interventiekundige:

    1. Valide en bruikbare informatie genereren. Jij en het systeem hebben valide en bruikbare informatie nodig. Dat betekent dat je op onderzoek uit gaat binnen het systeem. Je let erop dat je niet bij een te beperkte groep je informatie ophaalt. Dit helpt ook om de validiteit van je informatie te checken
    2. Autonoom aan het werk gaan, en zorgen dat het systeem zijn autonomie behoudt en vrije keuzes kan maken. De klant heeft de ruimte om een vrije keuze te kunnen maken. Je helpt de klant bij het ontdekken wat hij wil en hij gaat het traject vrijwillig in. Er is ook een idee van wat de gevolgen kunnen zijn van het traject. De klant is dus verantwoordelijk voor de beslissingen, en streeft ernaar deze verantwoordelijkheid te (kunnen) nemen. Zo behoudt het systeem ook zijn autonomie. Laat je je verleiden om de verantwoordelijkheid als interventiekundige op je te nemen, dan verliest het systeem de autonomie en vrije keuze, maar jij ook! De kans is groot dat je gestuurd zult worden door de angsten van je klanten.
    3. Je verzekeren van een intern commitment en eigenaarschap van de mensen in het systeem. Dat betekent een hoge mate van gevoel van eigenaarschap van de klant. De klant handelt op basis van eigen keuzes en niet op basis van iets wat opgelegd is door iemand anders. Met valide informatie en autonomie maak je het de klant mogelijk te handelen terwijl hij een minimaal gevoel van afhankelijkheid ervaart. Zo kan hij alles doen wat zijn eigen behoeften bevredigt en dat van de rest van de organisatie.

Effectief interveniëren helpt klanten te leren hoe ze bepaalde uitdagingen aanpakken én hoe ze zich zo ontwikkelen dat ze deze uitdagingen voortaan zelf aan kunnen gaan zonder dat er een interventiekundige aan te pas hoeft te komen. Om je drie primaire taken te kunnen vervullen zijn de volgende twee voorwaarden belangrijk.

  • Je hulp is gewenst: Een organisatie staat open genoeg om te leren en is in staat om te leren. Je kunt alleen mensen helpen die geholpen willen worden. Een goede relatie opbouwen met je klanten kan daarbij helpen, zodat er een basis van vertrouwen is. En ook eerlijk zijn over of jouw komst of jouw interventie op dit moment wel gaat helpen. Misschien is er te veel onrust, is de timing niet juist, of is er iets anders aan de hand. Ook al zie je veel heil in je aanpak, geduld is een schone zaak.
  • De directie of het management is betrokken en steunt: Het is belangrijk om een relatie te leggen met degenen die beslissen over de zaken die te maken hebben met de problemen waar de organisatie tegenaan loopt. In hiërarchische organisaties is dit vaak de directie of het topmanagement. Dit hoeft niet te betekenen dat je slechts met het topmanagement werkt. Wanneer je bijvoorbeeld met een team werkt, is het belangrijk ook de managementlaag erboven te betrekken, zodat die steun kan geven aan de ontwikkeling van het team. Dit is cruciaal. Is die betrokkenheid en steun van het management er niet, dan is de kans groot dat alles hetzelfde blijft. Of dat de situatie juist verslechtert omdat de medewerkers daardoor concluderen dat niets hun situatie nog zal verbeteren en ze zo hun vertrouwen steeds meer verliezen.

Zonder deze voorwaarden kun jij je drie primaire taken moeilijk uitvoeren. Laten we de primaire taken bij interveniëren nog even kort herhalen:

  • Valide en bruikbare informatie genereren.
  • Autonoom aan het werk gaan, en zorgen dat het systeem zijn autonomie behoudt en vrije keuzes kan maken.
  • Je verzekeren van een intern commitment en eigenaarschap van de mensen in het systeem.

 

Wat is een interventie?

‘Alles wat je doet is een interventie’, aldus Edgar Schein.
Denk bij een interventie niet alleen aan de programma’s die je ontwerpt en die je uitvoert, de afspraken die je maakt, de gesprekken die je voert et cetera. Elke interactie die plaatsvindt heeft gevolgen voor de klant en voor de interventiekundige. Daarom kan elk gesprek, mondeling, telefonisch of schriftelijk, al een interventie zijn. Zelfs alleen ergens aanwezig zijn en verder niets doen, is al interveniëren.

Een voorbeeld:

Zo hebben wij eens bij een heel normale, doorsnee wekelijkse vergadering gezeten bij een bestuur van een scholengemeenschap. We zaten niet aan tafel, maar observeerden van een afstandje de interactiepatronen. We zeiden niets, we deden niets, we keken alleen. Hoewel het de bedoeling was om de normale gang van zaken te kunnen zien, was door onze aanwezigheid de normale gang van zaken beïnvloed. Door een paar vreemde ogen gedroegen de bestuursleden zich anders. Achteraf zeiden ze tegen ons: ‘Normaal duren onze vergaderingen uren. Dit keer waren we veel eerder klaar, terwijl we toch alles hebben besproken. Zo snel hebben we nog nooit vergaderd!’ Onze aanwezigheid was dus een behoorlijke interventie.

Met dit effect hou je te allen tijde rekening. Daarom is het belangrijk dat je achter alles staat wat je doet, en probeer je van tevoren de consequenties ervan te overzien, zodat alles wat je doet past in het doel wat je nastreeft. De beginperiode van een nieuwe opdracht kost ons daarom relatief veel tijd. Omdat je veel nadenkt over wat je doet en hoe je het doet, en hoe je dit brengt.

 

Verschillende niveaus

De onderwerpen waarop je intervenieert kunnen variëren van klein, zoals ‘ik heb moeite om me in mijn werkomgeving te handhaven’ naar groot, zoals ‘hoe kunnen we bewoners van een stad en asielzoekers in een AZC in harmonie laten samenleven’. Zoals Chris Argyris al duidelijk heeft gemaakt: je houdt tijdens interveniëren rekening met het systeem.

Bovenstaande tekening geeft je een idee van de systemen die we proberen te overzien wanneer we met een klant in zee gaan. Je ziet de verschillende niveaus waarmee je rekening wilt houden: een individu, het systeem waarin het individu opereert, en de omgeving van het systeem. Er kunnen een heleboel van deze tekeningen bij elkaar staan, afhankelijk op welke klant(en) je je concentreert, of hoe groot het gebied is waarin je intervenieert.

Het hoeft niet zo te zijn dat je met alle (sub)systemen daadwerkelijk actief iets doet. Je houdt bij het interveniëren wel rekening met de totaliteit van alle subsystemen bij elkaar.

 

Wat doet een interventiekundige in de praktijk?

Dus hoe ziet dit er dan in de praktijk ongeveer uit? Het begint allemaal bij de primaire taken: valide informatie genereren. Daarmee er voor zorgen dat jij en je klant vrije keuzes kunnen maken. Er zeker van zijn dat er intern commitment is, en een gevoel van verantwoordelijkheid bij je klant.

Je onderzoekt systemen en onderzoekt aannames. Heb je een zo compleet mogelijk beeld, dan ontwerp je in samenspraak met je klant interventiestrategieën of interventieprogramma’s. Deze voer je mogelijk ook uit, in samenwerking met je klant. Veel van de activiteiten die je doet hebben te maken met het voeren van gesprekken, het stellen van vragen, goed luisteren, het structureren van gesprekken en met mensen bij elkaar brengen.

Interventiekunde is het geheel hiervan. Klinkt eenvoudig. Toch zit hier van alles onder, en is de praktijk van interveniëren weerbarstig. Je werkt altijd met mensen, en mensen doen nou eenmaal niet altijd wat jij wilt. Interveniëren, een uitdagend vak!

Lees er meer over in het boek De kunst van het interveniëren.

 

Wil jij je de kunst van het interveniëren eigen maken? Bekijk dan de informatie over de Postmaster Interventiekunde.