Ik ben docent van de Postmaster Interventiekunde, een tweejarige opleiding waarin we professionals opleiden tot (gecertificeerd) interventiekundige. Alles komt aan bod: van het doen van goede intakes, tot het analyseren van vraagstukken, het voeren van goede gesprekken, het schrijven van offertes tot aan het begeleiden en evalueren van interventies. Tijdens een van onze lesdagen, vroeg een deelnemer “hoe zit dat nou met dat enter-join-lead?” Moet ik het zien als een kapstok waar je gedrag of vaardigheden aan kunt hangen? Of is het meer een onderliggend principe in gesprekken? Moet je elke keer weer opnieuw beginnen met enter, of kun je in een gesprek ook meteen de lead nemen? Heel wat vragen, dus besloot ik er ter plekke een aanvullend college over de geven tijdens de postmasteropleiding interventiekunde.
Ja, waar hebben we het over? Enter-join-lead is een vuistregel bij het opbouwen van relaties. De bron is Salvador Minuchin, een gezinstherapeut die werkte in New York. Hij behandelde jongeren, maar merkte dat zolang hij zich bleef richten op het individu hij niet zoveel kon betekenen voor zo’n jongere. Zodra de jongere weer in zijn eigen omgeving was, viel hij terug in het gedrag waar ze nou juist aan hadden gewerkt om te verbeteren. Die omgeving is dus een belangrijke factor als het gaat om gedrag, ontdekte hij. Minuchin betrok het hele gezinssysteem bij zijn therapie. Ook sprak hij straattaal en Spaans. Omdat Engels de taal van de witte elite was, en niet aansloot bij zijn doelgroep. Hij maakte er werk van om in zo’n gezinssysteem te stappen (enter), aan te sluiten door bijvoorbeeld dezelfde taal te spreken (join), zodat hij de ruimte creëerde om iets toe te voegen wat er nog niet was (lead). Op deze manier bouwde hij een relatie op, rappórt, met het gezin, hij werd tijdelijk onderdeel om de patronen te begrijpen, en kon vanuit daar confronteren en passende interventies doen.
Er is onderzoek gedaan naar wat de sleutelfactoren zijn van een geslaagde therapie. Wat daaruit naar voren komt is dat de klik met de therapeut heel belangrijk is. Ontstaat er een goede vertrouwensrelatie met de therapeut, dan heeft de therapie kans van slagen. Waar richt een gezinstherapeut zich dus op? Op het bouwen aan die relatie. Een relatie aangaan helpt om informatie te genereren over de vraagstukken en patronen van cliënten, de therapeut kan zichzelf en zijn eigen ervaringen binnen die relatie gebruiken en binnen een goede relatie kan er af en toe ook geconfronteerd worden. Dat is nodig om nieuwe alternatieven aan te dragen. Hetzelfde geldt voor begeleiders en adviseurs die werken binnen organisaties.
Soms denk je dat je ‘binnen’ bent, maar is dat toch niet zo, en lig je eruit bij de eerste confrontatie. Of je voelt al snel een klik met de een, maar niet met de ander. Bouwen aan de relatie moet altijd en is nooit klaar. Zo heb ik als beginnend adviseur eens heel hard gewerkt aan een opdracht bij een scholenstichting die leed onder reputatieverlies bij een van de scholen. De opdrachtgever was enthousiast en stuurde me door naar andere stakeholders om mee te praten. In het volste vertrouwen dat iedereen mee wilde werken aan het project, maakte ik afspraken. Maar een paar van deze mensen hielden de boot af. Hier had ik geen relatie mee, en dat wilden zij ook niet opbouwen. Dit belemmerde het hele traject. Ik mocht niet meedoen en denken en al helemaal geen lead nemen. Telkens als ik dat probeerde te doen, werden mensen boos en werd mij verweten dat ik niet sensitief was. Uiteindelijk strandde ik ergens op een punt waarbij ik besloot dat ik niks meer kon betekenen. Terugkijkend, kwam ik tijdens mijn opdracht nooit verder dan enter. Toen ik dit teruggaf aan de opdrachtgever, zei hij als klapper op de vuurpijl dat ik niet zo onzeker moest zijn. Gefrustreerd en moe van het harde werken heb ik de opdracht vaarwelgezegd. Maar gelukkig heb ik hier een wijze les uit geleerd over enter-join-lead. Dat dit altijd opnieuw aandacht behoeft. En dat je ook voor leave kunt kiezen: het systeem verlaten.
Informatie genereren is een van de voornaamste doelen die je hebt bij het opbouwen van rappórt. Dit sluit aan bij wat Edgar Schein hierover zegt. Hij heeft tien principes beschreven in zijn boek Procesadvisering. Een paar van die principes gaan over het meezwemmen met de stroom, het belang van timing en het nemen van risico om nieuwe inzichten en alternatieven aan te dragen. Risico nemen is misschien spannend. Ben je bang om fouten te maken, op tenen te trappen, eruit gegooid te worden? Schein zegt dat je daar niet bang voor hoeft te zijn. Want dat levert ook weer informatie op. Een systeemblik helpt hierbij: it’s not personal, it’s the system.
Ik heb een collega die veel confronteert. Onze deelnemers vinden dit weleens spannend, en vragen zich af of ze het ook zo moeten doen. Mijn antwoord daarop is nee. Je hoeft niet een bepaalde stijl te kopiëren, want er zijn vele manieren om te confronteren. Hieronder noem ik vier voorbeelden van confrontatie zoals vakgenoten ons aanreiken.
Shirine Moerkerken: conflict betekent verschil. Het is van waarde het verschil op te zoeken en te conflicteren. Probeer bijvoorbeeld deze vraag eens uit bij je klanten: waar mogen we het niet over hebben?
Edgar Schein: stel confronterend informerende vragen, waarbij je steeds meer van je eigen gedachten en gevoelens toevoegt. Zoals: heb je al gedacht aan… ? Waarom heb je niet … gedaan?
Edu Feltmann: er is vaak een verschil tussen het ideaalbeeld wat iemand heeft over een situatie en de waargenomen werkelijkheid. Let op de eerste zin die iemand uitspreekt. Vaak zit alles daar al in. Je hoeft hier zelfs geen vragen over te stellen, het opmerken is al van waarde.
Marijke Spanjersberg: alles is een samenwerkingsvraagstuk, aan vraagstukken zitten mensen vast. Kijk eens naar wat er tussen mensen gebeurt. En probeer eens wat vragen zoals deze uit: waarover/waar/door wie wordt er gevochten? Wat vinden mensen hier oneerlijk? Ik geloof dat ik het nog niet helemaal begrijp, hoe is het mogelijk dat …. ?
Je mag het doen zoals het bij jou past. Ik merk ook vaak dat confronteren de relatie helpt. Er zijn mensen die er wel van houden om geprikkeld te worden. Het zet ze aan het denken. Ze zijn blij te merken dat je ze niet naar de mond praat. En vinden ze het niet leuk, tja, soms is het leven niet leuk. Dat hoort erbij.