Instituut Voor Interventiekunde

Wonderolie voor teamontwikkeling bestaat niet.

Blijkbaar is er een enorme behoefte aan modellen en tips en trucs om teams optimaal te laten presteren, te zien aan het overvloedige aanbod aan boeken, seminars, artikelen en blogs. Voor het gemak wordt iedere groep die om welke reden dan ook samenwerkt een team genoemd. Het ideaalbeeld is een ‘topteam’ dat op een magische manier een gezamenlijk doel bereikt. Die magie wordt dan uiteraard toegevoegd door iemand die het team ‘op een hoger niveau’ kan brengen.

Geloof niet in magie! Niet iedere groep is een team. Iedere groep en elk team heeft eigen acties te doen om beter te functioneren. Er is geen ‘one-size-fits-all’-oplossing. Er zit niets anders op dan zelf en met elkaar na te denken.

Over groepsontwikkeling en groepsdynamiek is er gelukkig wel een enorme schat aan onderzoek en theorieën voorhanden (Lewin; Gibb; Fry; Bennis&Shepard; Weick; Johnson&Johnson; Lencioni; Tuckman). Uit al dat onderzoek komt geen eenduidig beeld naar voren, wel een goed overzicht van de vele factoren die van belang zijn bij groepsvorming en bij groepsfunctioneren. Hieronder hebben we deze factoren benoemd:

 

Vertrouwen, Relaties, Werkafspraken, Taakverdeling, Doelen. Macht, Besluitvorming, Invloed, Onderlinge afhankelijkheid, Bijdrage, Verantwoordelijkheid, Middelen, Belangen, Communicatie, Leiderschap, Diversiteit, Normen.

Groepsthema's

De Basisvragen in groepen.

De basisvragen in een groep gaan altijd over waarom deze groep is ontstaan, wie welke bijdrage levert, hoe de taakverdeling is georganiseerd, welke werkafspraken zijn gemaakt, hoe met elkaar en de buitenwereld wordt gecommuniceerd, en hoe de onderlinge verhoudingen zijn.

De onderlinge samenhang van factoren.

Wij geloven dus niet in een dominant schema voor groepsontwikkeling. Er zijn zoals gezegd veel ‘oplossingsmodellen’ verschenen op de markt die alle pretenderen teams tot optimale prestaties te brengen. De wetenschappelijke onderbouwing is meestal mager of de onderzoeken spreken elkaar tegen. Groepen worden dan meestal teams genoemd (sexyer term blijkbaar), en vaak wordt slechts één factor benadrukt als bepalend.

Het is juist de kunst om in iedere situatie te achterhalen welke factoren in hun onderlinge samenhang bepalend zijn voor het functioneren van de groep. Dat vergt vooral veel gesprekken met elkaar.

De bestaansreden van de groep, interafhankelijkheid op het delen van middelen of interafhankelijkheid op het realiseren van doelen, is vaak een belangrijk startpunt voor zo’n gesprek.

Een volgende stap is dan in kaart te brengen welke factoren helpen en welke ontwikkeld kunnen worden om een groep (of team) beter te laten functioneren.

Bijvoorbeeld met behulp van een krachtenveldanalyse of door de groepsontwikkeling in de tijd te bezien met behulp van een ‘wall of wonder’. Ook een causale kaart kan helpen inzicht te geven in de samenhang tussen factoren en patronen.

Toch een externe erbij vragen?

Je kunt met elkaar een heel eind komen als je je enigszins verdiept in deze materie. Soms is het handig om iemand (een ‘teamcoach’) te vragen om je groep of team te helpen bij die gesprekken. In onze Postmasteropleiding Interventiekunde leren wij je de verschillende perspectieven op de sociale psychologie van groepen te hanteren en interventies te kiezen en toe te passen die toegespitst zijn op de specifieke situatie. Wonderolie voor teamontwikkeling bestaat niet.

Laat je niet verblinden door persoonlijkheidstyperingen.

Nog een laatste opmerking over het gebruik van populaire persoonlijkheidstyperingen als MBTI, DISC, Insights en dergelijke. ‘Gekleurd’ kijken naar een ander maakt het zicht op alle andere factoren kleiner. Doe het dus niet!

Hierover later meer…

 

Door Willem de Wijs, mede-eigenaar van het Instituut voor Interventiekunde.